In het kader van het NIOD fotoproject 'De Tweede Wereldoorlog in vijftig foto's' heeft een Drentse werkgroep vijftig opmerkelijke Drentse oorlogsfoto's verzameld.

Tijdens een bijeenkomst in het Drents Archief in Assen zijn hier vijfentwintig foto's uit gekozen die naar het NIOD gestuurd zijn. Uit alle provinciale inzendingen kiest het NIOD honderd foto's die in de Tweede Kamer tentoongesteld zullen worden.

Op deze website lichten we de komende tijd de vijfentwintig foto's uit de Drentse selectie toe. 

Dagelijks leven

De foto geeft een intiem beeld van het leven in de barakken van Kamp Westerbork. Alle aanwezigen staan opeengepakt toe te kijken hoe een van de kaarsen van de chanoekia, de negenarmige kandelaar, aangestoken wordt. Bijna iedereen heeft oog voor de lichtjes en niet voor de fotograaf Werner Rudolf Breslauer.

In 1942 was deze Duits-Joodse beroepsfotograaf samen met zijn gezin in Nederland gevangen genomen en naar Kamp Westerbork gedeporteerd. Van kampcommandant Albert Gemmeker kreeg hij de opdracht om het dagelijks leven in Kamp Westerbork vast te leggen op foto en film. Dit leidde tot de Westerborkfilm. In 1944 werd hij gedeporteerd naar Auschwitz. Hij overleefde de oorlog niet. 

Lees ook: Westerborkfilm opgenomen in UNESCO-lijst van documentair werelderfgoed 

Chanoeka

Tijdens de viering van het Joodse feest Chanoeka wordt acht dagen lang elke dag een kaars aangestoken. Met dit feest herdenken Joden hun strijd en overwinning op de Grieken ten tijde van de hellenistische periode. In dit tijdperk tussen 334 en 30 v. Chr. was het oude Griekenland op zijn hoogtepunt. De geloofsbelijdenis van Joden stond onder druk en de Grieken wilden de tempel in Jeruzalem ontwijden door het offeren van een varken op het altaar, een onrein dier volgens de Joden. Bovendien waren de Grieken van plan een beeld van hun oppergod Zeus in de tempel te plaatsen.

De Makkabeeën, een familie van hogepriesters en hun aanhangers, trokken onder leiding van Juda de Makkabeeër ten strijde. Ze veroverden steeds meer stukken land op de vijand en bereikten uiteindelijk de tempel in Jeruzalem. Om deze opnieuw in te wijden moest de menora, een zevenarmige kandelaar, aangestoken worden maar in de hele tempel was nog maar een klein oliekruikje te vinden. Na het aansteken van de kaarsen zochten de priesters tevergeefs naar nieuwe olie. Toch bleven de kaarsen acht dagen lang branden, precies lang genoeg om nieuwe, gewijde olie te maken.

Echt feest

Overlevende Sonni Schey-Birnbaum herinnert zich de viering van Chanoeka in Kamp Westerbork. In het boek 'Getuigen van Westerbork. Kamp van hoop en wanhoop 1939-1945' van Willy Lindwer zegt hij: "Ik kan me herinneren dat we eens met Chanoeka allemaal oude doeken in het kamp verzamelden, en er poppen en speelgoed van hebben gemaakt. Toen zijn we naar de grote barakken gegaan en hebben de poppen verdeeld. Daarna hebben we de chanoekalichtjes daar aangestoken en zongen in de barakken liederen. We probeerden er een echt chanoekafeest van te maken. We lieten de mensen natuurlijk meezingen en ik denk dat het gelukt is om een beetje licht in al die duisternis van de barak te brengen."

Leo Blumensohn

De foto is genomen in december 1942 toen Chanoeka nog gevierd mocht worden. Onder leiding van Leo Blumensohn bezochten kinderen van de door hem opgerichte jeugdvereniging verschillende barakken. Elke avond liepen ze van barak naar barak met een kandelaar. Leo ontstak de kaarsen en de hele barak zong ‘Ma’oz Tsoer’. Blumensohn was de eerste persoon die in augustus 1939 in Kamp Westerbork ingeschreven werd. Hij deed zijn best de kinderen in het kamp te vermaken.

Toch nog kaarsen

In 1943 mocht Chanoeka niet gevierd worden. Dit was een represaille-maatregel voor de roddelende gevangenen. Op 19 december 1942 vierden de nazi's het Joelfeest, een Germaans feest ter vervanging van het kerstfeest. De viering liep nogal uit de hand en in de dagen daarna werd volop besproken wat de dronken gasten van kampcommandant Gemmeker hadden uitgespookt. Gemmeker probeerde het geklets de kop in te drukken en verbood uiteindelijk de viering van Chanoeka in het jaar daarop.

Op de dag van het lichtjesfeest zorgde een stroomstoring ervoor dat de barakken alsnog door kaarslicht verlicht werden.

Lees ook: Vijf kilometer lopen voor de trein