ARNHEM - Na de bevrijding van Nederland kwamen twintigduizend NSB-kinderen in Nederlandse tehuizen terecht, waar ze moesten worden heropgevoed onder verantwoordelijkheid van de Stichting Bijzondere Jeugdzorg. In de praktijk kwam het erop neer dat ze hard gestraft werden voor het gedrag van hun ouders.

In Gelderland waren vlak na de oorlog duizend NSB-kinderen in tien verschillende tehuizen geplaatst. Eén van de eerste kinderkampen was huis De Heidepol, op het terrein van het Koonings Jaght in Schaarsbergen. De ouders van deze kinderen verbleven in andere instellingen (De Kruisberg Doetinchem, Landgoed Avegoor in Ellecom). De ouders mochten hun kinderen af en toe een bezoek brengen, wat regelmatig tot emotionele taferelen leidde.


Kinderen op De Heidepol - archief mevrouw Opmeer


De Arnhemse Courant publiceert op 8 juni 1946 een gesprek met de heer Verwoerdt, die de leiding had over Heidepol:

'Natuurlijk is de vrijheid beperkt, doch men moet niet denken dat er om het park een groot prikkeldraadhek staat met gewapende wachten, verre van dat. Maar de jongens mogen bijvoorbeeld niet vrij naar de stad; slechts zelden wordt daartoe gelegenheid gegeven. Deze gelukkigen krijgen een verlofpas, waarop nummer, datum en uur waarop zij terug moeten zijn; slechts 4 a 5 van deze passen zijn in omloop. In het kamp zelf echter is gelegenheid genoeg voor ontspanning; de kleinen kunnen naar hartelust spelen en ravotten in de bosschen die het huis omsluiten en voor de grooteren is er een sportclub, een padvindersvereeniging enz. “
Bron: Delpher

Het klinkt allemaal heel redelijk, bijna idyllisch, maar de werkelijkheid was totaal anders, zo blijkt uit getuigenissen van geïnterneerde kinderen. In de doctoraalscriptie 'NSB-kinderen in tehuizen' van Gonda Scheffel en Paul Mantel (1988) staat te lezen dat in De Heidepol een sfeer heerste van onderdrukking en terreur. Volgens getuigenissen moest een kind uit een keten kinderen een mesje in het stopcontact steken, waardoor de hele kring even onder stroom kwam te staan. De grotere meisjes moesten de leiding nadoen en de baby’s met de hoofdjes tegen de grond tikken.

Lijfstraffen en opsluiting

De Heidepol leek volgens ex-geïnterneerde kinderen meer op een strafkamp met lijfstraffen en opsluiting in de kelder. Ook moesten kinderen regelmatig zonder eten naar bed. Er was bovendien sprake van geestelijk en seksueel misbruik.

Een anonieme ex-pupil getuigt in het verhalenarchief van het Nationaal Archief:
“ Een van de groepsleiders was een wat kinderlijke man van onbestemde leeftijd (ik denk zo tussen de 30 en 40) die kennelijk bij de padvinderij was en er dan ook met een zekere régelmaat zo uitgedost bij liep, compleet met wapperende khaki cape, scout hoed en lange stok. De pupillen in de welpen leeftijd deden dan onder zijn hoede mee aan padvinderij activiteiten. De man zocht regelmatig mijn gezelschap "om vertrouwelijk wat te kletsen" en legde daarbij steevast zijn arm om mijn schouders. Nadat ik de moed had gevonden hem te vertellen dat ik daar een hekel aan had, hield ie er mee op. Zo'n halfjaar na m'n vrijlating hoorde ik bij toeval dat hij in de gevangenis zat voor misbruik van aan zijn zorg toevertrouwde pupillen.”

Kijk voor het hele verhaal van deze ex-pupil op de site van het Nationaal Archief. 



Kinderen op De Heidepol - archief mevrouw Opmeer

Daarnaast waren de leefomstandigheden, zeker in de eerste maanden, soms erbarmelijk. Er was geen elektriciteit en het was door een tekort aan voedselbonnen moeilijk om aan voedsel te komen. Het weinige voedsel dat er was, werd door een enorme kolonie muizen aangevreten. Reden voor mevrouw Opmeer uit Arnhem om in opstand te komen. Zij werkte als hoofd huishoudelijke dienst en kleuterjuffrouw van 32 kinderen op De Heidepol en was zeer begaan met het lot van haar pupillen. Soms kocht zij van haar eigen geld boeken waaruit zij kon voorlezen. Toen er veel te weinig eten voor de kinderen was, ging ze in staking. Dat werd haar overigens niet in dank afgenomen en kwam haar op een flinke reprimande te staan. Lees het hele verhaal hier.

In 1952 werd het landhuis een hotel. Inmiddels is het pand in bezit van Siza ’s Koonings Jaght en wonen en werken er mensen met een verstandelijk of meervoudige beperking.