DACHAU - Op 26 juli 1942 maakt een kamparts van concentratiekamp Dachau met een dodelijke injectie een eind aan het leven van Titus Brandsma. Priester, hoogleraar in Nijmegen en fel anti-nazi.

De karmeliet Brandsma, hoogleraar aan de Katholieke Universiteit Nijmegen was op 19 juli aangekomen in Dachau, waar hij werd vastgezet vanwege zijn niet-aflatende anti-Duitse activiteiten. Daarmee was hij voor de oorlog al begonnen en schreef talloze artikelen waarin hij waarschuwde voor het nazisme en ageerde tegen hun jodenhaat en rassenwaan. 

Arrestatie

Ook tijdens lezingen en colleges stak hij zijn afschuw over de nazi's niet onder stoelen of banken. Na de bezetting zette hij zich in voor het weren van NSB-propaganda en advertenties in Katholieke kranten. Dat leidde ertoe dat hij bij de Duitse Sicherheitsdienst op de radar kwam. Begin 1942 werd hij vanwege anti-Duitse activiteiten gearresteerd en belandde hij via de gevangenis van Scheveningen, kamp Amersfoort en de gevangenis van Kleef in concentratiekamp Dachau.

Daar nam zijn gezondheid zienderogen af. Hij belandde in het kampziekenhuis en kreeg in de middag van de 26e juli 1942 een dodelijke injectie toegediend.

Onderwerp van blijvende verering

Brandsma kreeg postuum het Verzetskruis en is in katholieke kring onderwerp van verering. Hij is in 1985 zalig verklaard. 

In Nijmegen werd Brandsma eind 2005 uitgeroepen tot de Grootste Nijmegenaar aller tijden. Aan de Stijn Buysstraat staat de Titus Brandsma Gedachteniskerk, waar zijn leven en werken worden herdacht. 

Het programma 75 jaar Vrijheid bracht eerder deze reportage over Titus Brandsma