BEMMEL - Bemmel, 27 november 1943. Zomaar een plaats, zomaar een dag. Maar wel een dag waarop de Duitsers langskomen om de klokken van de Hervormde kerk mee te nemen. De klokken blijven nog even hangen om het huwelijk van het echtpaar SleiÍfer-Bruins in te luiden, maar daarna gaan ze onherroepelijk naar beneden.

De klokkenroof vloeide voort uit de zogeheten Metaalverordening die rijkscommissaris Seyss-Inquart op 21 juli 1942 had uitgevaardigd. Want de bezetter zat te springen om metaal en sleepte dat overal vandaan, dus ook uit de kerken. 

Klok van de Bemmelse kerk uit 1625 - Wikipedia

Kerken zijn in tijden van oorlog sowieso favoriete plekken om brons vandaan te halen om kanonnen en ander wapentuig te kunnen gieten. Dat gebeurde al eeuwen geleden. Tijdens de Eerste Wereldoorlog gingen zo'n 65.000 klokken de smeltovens in. Tijdens de Tweede Wereldoorlog zouden zo'n 45.000 Duitse klokken zijn omgesmolten en nog eens 35.000 uit de bezette gebieden. 

Klokken duiken onder

Dat de maatregel niet lekker viel, werd snel duidelijk. Sommige parochies lieten hun klokken 'onderduiken'  de aartsbisschoppen lieten hun parochies de klokken zo goed mogelijk categoriseren naar gewicht, jaartal en maker om zo historisch waardevolle klokken te beschermen. De bezetter had namelijk categorieën ingevoerd: klokken die meteen moesten worden meegenomen en historisch belangrijke klokken die (nog even) mochten blijven hangen.  

'Klokken tegen bolsjewieken' 

Seyss-Inquart reageerde op het verzet met de argumentatie 'liever geen klok meer in de kerk dan een bolsjewiek in de tuin'. Tijdens een rede op 10 oktober 1942 in Utrecht zei hij daarover: Gij weet, dat wij thans kerkklokken wegnemen. Dat is een volkomen natuurlijke maatregel. Het is steeds zo geweest, wellicht zelfs duizend jaar geleden, dat men in goede tijden de schatten in de kerk heeft geplaatst. Wanneer er dan oorlogen kwamen, werden kelken en monstransen weggenomen en als oorlogsschat gebruikt, om het vaderland te beschermen. (...) Het spreekt vanzelf dat wij ieder gram koper en tin mobiliseren. Wanneer thans de vraag tot mij gericht wordt: „Hoe kan ik dat doen?”, dan zou ik willen zeggen: Mijnheer, ik verwonder mij zeer dat gij niet vrijwillig gekomen zijt, om de Duitse soldaat dit koper aan te bieden, opdat hij het bolsjewisme van uw grenzen zal afhouden.'

Klokkenschip aan de grond

Woorden die niet overtuigden, maar het roven ging wel door. Tot laat in de oorlog zelfs. In de avond van 6 januari 1945 loopt bij Urk het schip 'Hoop van Zegen' op een zandbank nadat vuurtorenwachter Jacob Schraal met opzet het licht van de vuurtoren heeft gedoofd. Die sabotagedaad moet voorkomen dat het schip met 226 geroofde kerkklokken aan boord Duitsland bereikt. 

Duitse pogingen om het schip met de klokken te bergen worden eveneens gesaboteerd. De kostbare lading klokken wordt na de bevrijding geborgen, waarna de klokken weer terug gaan naar waar ze thuis horen.

Een gevleugelde kreet uit die tijd ontstaat in Groningen waar boze inwoners op hun geroofde klokken de tekst schrijven: 'Wie met Gods klokken schiet, die wint de oorlog niet'.

Behoud en verlies

Overigens blijft een aantal kleinere klokken bewaard dankzij een besluit van 7 oktober 1943 van de Inspecteur van de Kunstbescherming. Iedere gemeente mocht één klok bewaren om te gebruiken bij alarm. Door deze maatregel zijn een groot aantal klokken met een gewicht van ten hoogste 150 kilo gespaard gebleven.

Na de bevrijding werden in Duitsland tal van klokken teruggevonden. Die zijn zoveel mogelijk weer teruggehaald naar de plek waar ze oorspronkelijk hingen. De Inspecteur becijferde na de oorlog dat 4793 Nederlandse klokken met een gewicht van bijna 2 miljoen kilo naar Duitsland zijn gebracht en omgesmolten; zo'n 4212 klokken, goed voor een dikke anderhalf miljoen kilo, bleef gespaard.